Dank aan de dichters

Kan poëzie de wereld redden? Wie weet, maar in een moeilijke periode kunnen ze een zegen zijn. Gedichten, bedoel ik. Als ze je houvast geven. Als ze je stimuleren door te gaan. Heb ik ondervonden.

Maart 2017. Onverwachte problemen met mijn rechteroog: netvlies los, operatie, dan staar, weer operatie en maandenlang niet goed ruimtelijk kunnen zien. Lastig als je schildert. Het plezier verdwijnt, je wordt chagrijnig en bij Palet overweeg je te stoppen. Je moddert wat mee met de open dagen in het voorjaar, en met de zomerexpositie. Het plezier daalt nog verder en je denkt erover Palet definitief vaarwel te zeggen. Maar eerst nog de expositie in november. Met de dichters nog wel. Thema: De IJssel. De dichters zijn als eerste aan zet. Negen gedichten leveren ze af. Nu wij.

Die negen gedichten deden iets met me. Ze riepen beelden op en ik kreeg zin om te schilderen. Die beelden. Dus aan de slag, gewoon proberen. Geïmproviseerd tafeltje op stahoogte, op zolder onder het dakraam. Zo flexibel mogelijk, veraf, met de neus erop, bril op, bril af, soms met vergrootglas. Je wilt toch zien wat je maakt, of niet? Niet al te moeilijk doen, gewoon monochroom: penseel, zwarte inkt en bister (afgekeken van Vlaming Koenraad Tinel). Toch lastiger dan het leek. De gedichten opnieuw gelezen en nog eens. De beelden werden sterker. Gaven houvast. Sommige wilden niet lukken. De IJssel, de dijk, het water. O IJssel, o dichters. Bijna een kwelling, maar zo mooi. Toch nog vier bij elkaar geschilderd. Zagen er achteraf uit als fluitje van een cent. Maar de herinnering weet beter.

De expositie. Drie werkstukken geselecteerd. Bemoedigend. Dan het grote begin. De dichter gaat van start. Leest zijn gedicht. Iedereen luistert. Dramatiek. Mijn tekening hangt ernaast. Hij noemt het. Verdomd, hij waardeert het. Meent hij het? Beseft hij dat het zijn eigen werk is? Dat zijn gedicht de schepper is van de tekening? De volgende dag meent hij het opnieuw. Hij zegt het weer en wil de tekening kopen. Dan is het echt, gelukkig maar.

Dank, o dichters, jullie hebben mij er doorheen gesleept. Onwetend weliswaar, maar toch. Jullie gedichten riepen de beelden op. Jullie gedichten versterkten de beelden. Om je in vast te bijten om te schilderen. Dat was redding. Langzaam werden de ogen beter en het zicht kwam terug. Niet perfect, maar beter. Een goede opticien is aanbevelenswaard. Schilderen werd weer leuk.

Kan poëzie de wereld redden? Misschien de hele wereld niet, maar wél een kleine wereld. Een wereld aan de IJssel. Dank, nogmaals dank.

Zwolle, 8 december 2017

Herman Cleine

Log In or Sign Up

Spring naar toolbar