Bericht van het front, Henk Heideveld

Zojuist een aanvaring gehad met een medekunstenaar. Een en ander is me vaker overkomen, ten gevolge waarvan ik de volgende tekst richt tot degenen waarmee ik in het verleden om de zelfde reden gelijke aanvaringen heb gehad, alsmede voor hen die mij nog zouden kunnen gaan ontmoeten.

Laat me jullie eerst even (opnieuw) mijn positie schetsen als zelfstandig kunstenaar.

Als je, zoals ik, al een leven lang (45 jaar) hedendaagse kunst maakt, weet heel goed zijn of haar eigen positie in de beeldende kunst. Ik zelf ben erg bekend in Zwolle, maar vanaf Zalk begint mijn ster al behoorlijk te verbleken. Mijn nederige positie in de kunstenwereld attaqueer ik dan ook met veel zelfspot. Het was dan ook absoluut geen nederigheid van me dat ik, om zelfstandig te blijven, gedurende de crisis van 2008 tot 2015 8 maanden per jaar schilderwerk op ladders en steigers voerde. Dat was puur opportunisme, of anders gesteld: burgerlijke nuchterheid en realiteitszin van de ondernemer. Nu ging het vanmiddag op Palet onder de koffie over het feit dat het in het leven in het algemeen en in het kunstenaarsleven in het bijzonder, gaat om de keuzes die je maakt. Dat is een behoorlijk abstracte opmerking waar je, bij nader inzien, niet veel verder mee komt. Afgezien van het feit dat er mensen zijn die als determinist door het leven gaan, omdat zij de mens geen spoor van een vrije wil toekennen, zullen toch velen van ons kunstenaars die wel in een vrije wil geloven, toegeven, beamen, dat het niet ieders vrije keuze is om als kunstenaar niet voldoende tijd aan kunstproductie te besteden. Het rijtje is bekend en werd me vanmiddag nog even fijntjes onder de aandacht gebracht: kleinkinderen moeten worden opgevangen, partner is zwak ziek of misselijk, zoon of dochter in schuld-hulpverlening. Tuin moet gedaan, konijnenhokken geschoond, schoonmoeders bezocht. Of ik dat begreep, vroeg mijn tegenover deze middag. Ik liet me echter een tekst ontvallen die mijn tegenover in woede deed ontsteken, een tekst, waarbij ik uitging van de ware kunstenaar: “Voor de kunst moet alles wijken, zo niet is dat een zaak van mentale slapte.”  Ik was echter in het vuur van mijn betoog vergeten dat temidden van de mij omringende kunstenaars er zijn die maar al te snel de schoen aantrekken die hem of haar past. Dat is dan nog tot daar aan toe. Maar mijn tegenover veranderde in een getergde opponent die mijn woorden uitlegde in mijn nadeel als mens! Ofwel: ik was de verwaande kwast die zijn tegenover mentale slapte verweet! Beste mensen, ik houd mij al vele jaren staande dank zij mijn zelfspot, geboren uit het onvermogen om wereldberoemd te worden als kunstenaar. Wat zeg ik? Niet eens in staat om zelfs maar zo beroemd te worden als mijn eigen vrouw!

Ik wilde aan mijn, nu schreeuwende tegenover, nog uitleggen dat ik van het romantisch – archetypische beeld van de ultieme kunstenaar was uitgegaan en dat ik zelf natuurlijk als geen ander als kunstenaar aan ‘mentale slapte’ leed. Mentale slapte die niet bepaald aan ons aller voorbeeld Vincent van Gogh kan worden toegeschreven. Vincent, ver voor zijn tijd behept met wat onze maatschappij tegenwoordig kent als het volslagen op zichzelf gerichte individu. Ofwel een opgeblazen ego die niets ontziend het gezinsinkomen van zijn broer Theo plunderde om zijn drankgelagen, prostitueebezoek en schildersmaterialen te bekostigen, en ja, natuurlijk ook nog de huur van zijn appartement. Let wel, dit was de man die ooit eerder als dominee de naastenliefde had gepreekt!

Nee, mijn collega amateurkunstenaars bij Palet mogen mij veel verwijten, niet dat ik op hen neerkijk. Toegegeven, wel soms bekritiseer ik menigeen op hun lauwe inzet voor de artistieke zaak. En dat was nu juist het onderwerp van vanmiddag dat mijn tegenover in het verkeerde keelgat schoot. Namelijk als een persoon die vooral aan de verplichtingen des levens, niet zijnde de roep van Apollo, tegemoet moest komen. Ofwel een slachtoffer zoals ik mij op een moment van slapte ook wel aantref. Tja, mijn tegenover en ik zitten in hetzelfde schuitje. We moeten allebeide zoveel, niet betreffende de schone kunsten. Velen onder jullie kennen mijn beroepspraktijk: bedrijven bezoeken om mijn vrije kunst te verkopen. Wat bijna nooit lukt! Waarna ik, na diverse bedreigingen te hebben geuit, meestal met een opdracht terug mag naar mijn hok om het portret van een echtgenote te schilderen, of dat van de kinderen, kleinkinderen, renpaarden, old-timer, kat, hond of schoonmoeder. Nee, ik ben de laatste die een kunstenaar persoonlijk, dus op de man gespeeld, mentale slapte zal verwijten. Wel houd ik staande hetgeen ik mijn tegenover vanmiddag toevoegde: alle uitvluchten om na het bereiken van de aow leeftijd niet intensief met je kunstproductie bezig te zijn is mentale slapte. Ik heb altijd de definitie van de Duitse kunstenaar uit München, Gerhard Merz, onthouden en onderschreven: “Wat is een geslaagde kunstenaar? Dat is een kunstenaar die produceert!”  En inderdaad, Van Gogh, die nooit een werk op de vrije markt verkocht, voldeed volledig aan die definitie. Je kunt van Gogh van alles verwijten; niet dat hij als kunstenaar leed aan mentale slapte en bijgevolg niet aan zijn productie toekwam. En dat in een tijd dat een tube cadmium geel het dagloon van een arbeider kostte!

Dank voor jullie aandacht en begrip,

Collegiale groet,

Henk Heideveld

Log In or Sign Up

Spring naar werkbalk